Bristol-Myers Squibb Abilify

Woordenlijst

Acute schizofrenie
Hiermee wordt een schizofrenie-episode bedoeld wanneer deze een hoogtepunt bereikt, of wanneer de symptomen het hevigst zijn.

Affectieve vervlakking
‘Affectief’ is een medische term voor emotioneel. Affectieve vervlakking wil zeggen dat emoties worden afgezwakt of beperkt. Dit is een ‘negatief’ symptoom van schizofrenie.

Afzwakking van emoties
Gebrek aan emotie. De stem wordt monotoon en de gezichtsuitdrukking blijft onveranderd.

Akathisia
Op en neer blijven lopen en niet stil kunnen zitten. Als de desbetreffende persoon wordt gedwongen om stil te zitten, gaat dit gepaard met extreme angsten en schokkende bewegingen.

Alogia
Het onvermogen om te spreken. Alogia is een ‘negatief’ symptoom van schizofrenie.

Anhedonie
Het onvermogen om te genieten van activiteiten die voorheen wel genoegen opleverden.

Antipsychoticum
De algemene benaming voor receptmedicijnen die worden gebruikt voor de behandeling van schizofrenie. Deze worden normaal gesproken onderverdeeld in ‘typische’ en ‘atypische’ middelen, waaronder een nieuw soort atypisch middel.

Atypisch
Een soort antipsychoticum dat wordt gebruikt voor de behandeling van schizofrenie. De meeste atypische middelen werden geïntroduceerd in de jaren ’90 en hebben minder neveneffecten dan typische antipsychotica. Ze worden over het algemeen beschouwd als medicatie bij uitstek voor de behandeling van schizofrenie.

Avolitie
Onvermogen om eenvoudige taken te beginnen of te voltooien. Een ‘negatief’ symptoom van schizofrenie.

Beroepskeuzevoorlichting
Counselling waarbij een persoon wordt geholpen bij het zoeken naar een baan en bij de eventuele scholing.

Bezigheidstherapie
Therapie waarbij bepaalde vaardigheden worden ontwikkeld en gevoelens worden geuit door middel van een groot aantal verschillende creatieve activiteiten, zoals handenarbeid (pottenbakken, schilderen, timmeren), rollenspelen, muziek of het voorlezen van gedichten. Bezigheidstherapie kan ook worden toegepast om mensen te helpen praktische vaardigheden te ontwikkelen die ze kunnen gebruiken wanneer ze de arbeidsmarkt weer zullen betreden.

Catatonie of catatonisch gedrag
Een extreem gebrek aan reactie op de omgeving. De persoon in kwestie verstijft of lijkt 'verlamd' of in trance.

Chronische schizofrenie
Schizofrenie wordt chronisch genoemd wanneer de symptomen langdurig aanhouden.

Cognitie
Hersenfuncties belast met denken, onthouden en verwerken van informatie.

Depot-injectie
Injectie die elke twee tot drie weken wordt toegediend, waardoor de patiënt de antipsychotische medicijnen niet meer elke dag hoeft te nemen.

Dopamine
Een neurotransmitter in de hersenen die een rol speelt bij manier waarop wij plezier en emoties beleven. Van veel symptomen van schizofrenie wordt aangenomen dat ze worden veroorzaakt door een toename van dopamine in bepaalde delen van de hersenen en een laag gehalte in andere delen. De meeste antipsychotica zijn werkzaam doordat ze het dopaminegehalte in de hersenen blokkeren of stabiliseren.

Extrapyramidale symptomen
Bewegingsstoornissen zoals ongecontroleerd beven, schudden, rusteloosheid en gezichtsbewegingen. Extrapyramidale symptomen (ook wel EPS genoemd) zijn neveneffecten van de oudere, typische antipsychotica.

Generieke naam
De moleculaire typering van een medicijn wordt ook wel generieke naam genoemd. Deze geeft de chemische samenstelling van het medicijn aan. In dit handboek worden alle medicijnen aangeduid met hun generieke naam. De fabrikant van het medicijn brengt dit op de markt onder een andere naam, merknaam genoemd. De merknaam verschilt bijna altijd van de generieke naam.

Genetica
De wetenschap die de principes en mechanismen van de erfelijkheid bestudeert, met name de manier waarop karaktereigenschappen van ouders op kinderen worden doorgegeven. Genetische aspecten kunnen een rol spelen bij de ontwikkeling van schizofrenie. Momenteel wordt onderzocht in hoeverre er sprake is van een samenhang.

Gespleten persoonlijkheid
Zie meervoudige persoonlijkheid.

Inachtneming
Medicijnen nemen volgens de juiste dosering en overeenkomstig het schema opgesteld door je arts. Dit wordt ook wel ‘naleving’ genoemd.

Inzicht
Heeft betrekking op de mate waarin iemand zich bewust is van de aanwezigheid en de betekenis van symptomen en hun rol in de ontwikkeling van de ziekte.
Hoewel met inzicht alleen de ziekte niet kan worden ‘genezen', kunnen patiënten de impact van hun symptomen beter beheersen en verminderen door de ziekte emotioneel te accepteren.

Kortwerkende injectie
Een injectie met antipsychotisch medicijn. Wordt vaak gebruikt bij noodgevallen, zoals een acute episode, wanneer de symptomen snel onder controle moeten worden gebracht. Het effect houdt meestal 12 - 24 uur aan.

Langwerkende (depot-) injectie
Dit type injectie zorgt ervoor dat het medicijn langzaam aan de spieren wordt afgegeven. Deze medicatie wordt meestal gebruikt bij mensen die moeite hebben hun medicijnen volgens de instructies te nemen, of die weigeren medicijnen te nemen. De injecties kunnen elke 2 tot 4 weken worden toegediend, meestal in het ziekenhuis.

Maatschappelijk werker
Persoon die speciaal is geschoold om mensen te helpen met hun sociale aanpassing. In het geval van schizofrenie kan dit counselling van personen en hun families omvatten inzake het omgaan met diverse sociale of emotionele problemen die het gevolg zijn van de ziekte.

Meervoudige persoonlijkheid
Een zeldzame stoornis waarbij een persoon twee of meer verschillende persoonlijkheden heeft, vaak van verschillende leeftijd of geslacht. Deze stoornis is totaal verschillend van schizofrenie, maar wordt vaak beschouwd als dezelfde aandoening.

Negatieve symptomen
Een groep van schizofrenie-symptomen zoals weinig motivatie, gebrek aan concentratie en zich terugtrekken van familie en vrienden. Deze symptomen zijn soms moeilijker te behandelen dan positieve symptomen, en zijn vaak voor een groot deel verantwoordelijk voor de eenzaamheid en het isolement die mensen met schizofrenie ervaren. Van sommige negatieve symptomen wordt beweerd dat ze worden veroorzaakt door een laag dopaminegehalte in bepaalde delen van de hersenen.

Neuroleptica
Een oude benaming voor ‘antipsychotica’ die nog regelmatig wordt gebruikt (zie Antipsychotica).

Onderhoudsdosis
Medicatiedosis die, bij regelmatig gebruik, ervoor zorgt dat symptomen onder controle worden gehouden.

Polyklinisch patiënt
Iemand die naar het ziekenhuis komt voor medische zorg zoals medicatie of therapie. Een polyklinisch patiënt hoeft niet in het ziekenhuis te worden opgenomen.

Positieve symptomen
Een groep van symptomen, waaronder hallucinaties (het zien, horen, proeven of ruiken van dingen die er niet zijn), waanvoorstellingen (dingen geloven die absoluut niet waar kunnen zijn) en paranoia (extreem wantrouwen). Deze symptomen kunnen uitermate verontrustend zijn voor de persoon in kwestie, maar kunnen over het algemeen goed worden behandeld met antipsychotische medicijnen.

Psychiatrisch verpleegkundige
Een verpleegkundige met een speciale opleiding en ervaring in de omgang met psychiatrische patiënten.

Psychiater
Een medisch arts die gespecialiseerd is in psychiatrie. Psychiaters hebben medicijnen gestudeerd, hebben een specialistische opleiding in geestesziekten gehad en zijn gekwalificeerd om medicijnen tegen schizofrenie voor te schrijven. Zie ook Psycholoog.

Psychiatrie
De medische wetenschap die zich bezighoudt met de oorsprong, diagnose, preventie en behandeling van geestelijke en emotionele stoornissen.

Psycho-analyse
Gesprekstherapie geïntroduceerd door Dr. Sigmund Freud, waarbij dromen, jeugdervaringen etc. worden geanalyseerd om huidige problemen op te lossen. Deze therapie is gebaseerd op de overtuiging dat de problemen van een individueel persoon grotendeels worden veroorzaakt door onbewuste drang en negatieve ervaringen in de vroege kindertijd.

Psycholoog
Iemand die is afgestudeerd in de psychologie. Psychologen die zich bezighouden met de zorg voor patiënten worden klinisch psychologen genoemd. Ze kunnen psychotherapie geven maar zijn niet bevoegd om medicijnen voor te schrijven. Zie ook Psychiater.

Psychologie
De wetenschap en de studie die zich bezighoudt met de mentale processen en het gedrag van mensen.

Psychose
Ernstige mentale stoornis, waarbij het vermogen van een persoon om te denken, emotioneel te reageren, zich dingen te herinneren, te communiceren, de werkelijkheid te interpreteren en overeenkomstig te handelen wordt belemmerd door een onvermogen om te gaan met de dagelijkse zaken van het leven.

Psychosomatische aandoening
Fysieke symptomen die kunnen worden veroorzaakt door stress of andere mentale, niet-fysieke factoren.

Psychotherapie
Behandeling van geestelijke en emotionele problemen door middel van gesprekken tussen patiënt en therapeut. Vormen van psychotherapie zijn ondersteunende therapie en familietherapie.

Receptor
Speciale plaatsen op de zenuwuiteinden die kunnen reageren op een chemische of fysieke prikkel vanuit het lichaam of de directe omgeving. Bepaalde medicijnen kunnen de gevoeligheid in één of meerdere typen receptoren vergroten. Andere kunnen bepaalde receptoren blokkeren of juist stimuleren.

Remissie
De afname van symptomen. Bij schizofrenie betekent dit de gedeeltelijke of volledige vermindering van ‘positieve’ en ‘negatieve’ symptomen.

Revalidatie/rehabilitatie
Revalidatieprogramma’s zijn bedoeld om mensen na een ernstige ziekte, letsel, verslaving of verblijf in de gevangenis te helpen terug te keren naar hun vroegere functioneringsniveau. Doel van revalidatie is de desbetreffende persoon zodanige vaardigheden bij te brengen, dat deze onafhankelijk kan functioneren in de maatschappij.

Schizofrenie
Een geestesziekte die wereldwijd één op honderd mensen treft. De ziekte wordt gekenmerkt door ‘positieve’ symptomen zoals waanvoorstellingen en hallucinaties, ‘negatieve’ symptomen zoals weinig motivatie en terugtrekken van familie en vrienden, en ‘cognitieve’ symptomen zoals een verwarde gedachtegang. Schizofrenie wordt behandeld met behulp van antipsychotische medicijnen en andere ondersteunende therapieën.

Sociale werkvoorziening
Soort werkvoorziening of arbeidsprogramma waarbij een echte werksituatie wordt nagebootst. Vaak worden opdrachten verstrekt door plaatselijke bedrijven en worden individuele personen geschoold om de werkzaamheden te verrichten en tevens begeleid. Het soort werk varieert, afhankelijk van de desbetreffende opdracht en de plaatselijke regelingen, maar bestaat vaak uit fabrieksarbeid of administratieve werkzaamheden. Hoewel het belangrijkste doel het bijbrengen van een aantal basisvaardigheden is, krijgen mensen vaak een bescheiden beloning voor hun werk.

Stigma
In de context van geestesziekten heeft 'stigma' betrekking op de algemene negatieve beoordeling door de maatschappij van mensen met geestelijke gezondheidsproblemen, wat vaak tot uiting komt in een negatieve houding ten aanzien van dergelijke personen.

Stofwisseling
De fysieke en chemische processen waarbij lichaamsweefsel aan veranderingen onderhevig is, waardoor voedingsstoffen, bijvoorbeeld afkomstig uit voedsel, na vertering in het bloed worden opgenomen. Bij dit proces wordt voedsel vanuit de darmen naar de uitscheidingsorganen zoals de nieren en het spijsverteringsstelsel getransporteerd. Stofwisselingsstoornissen waarmee mensen met schizofrenie te maken kunnen krijgen, zijn onder andere diabetes en een hoog cholesterolgehalte.

Typische antipsychotica
De eerste antipsychotische medicijnen, geïntroduceerd in de jaren ’50. Hoewel deze middelen effectief zijn tegen de positieve symptomen van schizofrenie, kunnen typische antipsychotica vervelende bewegingsstoornissen zoals beven en schudden veroorzaken. Ze hebben verder een aantal neveneffecten en zijn slechts in beperkte mate effectief tegen de negatieve symptomen van schizofrenie. Bovendien hebben ze geen effect op de cognitieve symptomen.

Waanvoorstelling
Een vaste overtuiging die niet is gebaseerd op de werkelijkheid en die niet kan worden weerlegd aan de hand van rationele argumenten of tegenbewijs. Mensen met waanvoorstellingen zijn er vaak van overtuigd dat ze beroemd zijn, vervolgd worden of in staat zijn tot buitengewone prestaties. Waanvoorstellingen hebben vaak betrekking op God of religie.

Zelfhulpgroep
Een groep mensen die samenkomt om hun persoonlijke situatie te verbeteren door middel van gesprekken en speciale activiteiten. In tegenstelling tot groepstherapie, worden deze groepen meestal niet geleid door een therapeut.