Bristol-Myers Squibb Abilify

Geschiedenis van de schizofreniebehandeling

Vóór medicatie (1911 – jaren ‘50)
Bij gebrek aan effectieve medicijnen, pasten artsen aan het begin van de twintigste eeuw een primitieve vorm van elektroshock-therapie toe om patiënten met schizofrenie te behandelen. Deze therapie veroorzaakte hevige koorts en epileptische aanvallen, die de psychotische symptomen leken te verminderen. Verder werd gebruik gemaakt van insulinetherapie om patiënten te kalmeren en het aantal actieve hersencellen te verminderen.

Ook werden soms operaties uitgevoerd om het deel van de hersenen dat emoties verwerkt te verwijderen. Deze procedure, die bekend staat onder de naam lobotomie, zorgde ervoor dat de patiënt zijn agressieve gedrag beter onder controle kon houden, maar zorgde er ook voor dat patiënten ingetogener werden en geen emoties meer hadden.

De eerste antipsychotica – de typische middelen (jaren ’50 – jaren ’60)
De eerste antipsychotica kwamen op de markt in de jaren ’50. In de loop van de jaren ’60 werden verder ontwikkelde antipsychotica zoals haloperidol en fluphenazine geïntroduceerd. Deze medicijnen werden typische antipsychotica genoemd, en vormden in de daarop volgende dertig jaar de medicatie bij uitstek. Ook nu nog worden typische antipsychotica gebruikt als behandeling van schizofrenie.

Hoewel typische antipsychotica de positieve effecten van schizofrenie effectief tegengaan, heeft het gebruik van deze middelen een aantal neveneffecten, terwijl ze slechts in beperkte mate effectief zijn tegen de negatieve symptomen van schizofrenie. Bovendien hebben ze geen effect op de cognitieve symptomen.


De atypische antipsychotica (jaren ’90)
In 1990 werd een nieuwe categorie medicijnen geïntroduceerd, de  zogenaamde atypische antipsychotica. Deze nieuwe middelen houden de symptomen van schizofrenie effectief onder controle en veroorzaken minder neveneffecten dan de typische middelen. Bovendien zijn atypische antipsychotica effectief tegen zowel positieve, negatieve als cognitieve symptomen.

Tegenwoordig is er een aantal verschillende atypische antipsychotica verkrijgbaar. Elk middel heeft zijn eigen voor- en nadelen, waardoor een behandeling nauwkeurig kan worden afgestemd op de behoeften van elke individuele patiënt.

De meeste officiële richtlijnen geven op dit moment de atypische antipsychotica aan als eerste keuze bij de behandeling van schizofrenie, in plaats van de oudere typische antipsychotica.

De nieuwste voordelen
Onze kennis van schizofrenie wordt steeds groter. En naarmate we een beter inzicht krijgen in de oorzaken van schizofrenie, worden steeds weer nieuwe behandelmethodes ontdekt.